Kane vd Samaika

Rasstandaard en beschrijving en karakter van de berner-sennen


bernerpupbernerpupMENUbernerpupbernerpup
Home
Welkom
Onze berners

Olien v.d Samaika
Kim
Padou v.d Samaika
Lanzo vom Flodderhei (dekreu)
Puppy info
Puppy foto's
Contact
Rasinfo
Opvoeding
Gezondheid Berner
Berner als trekhond
Kampioenen
Links
Zwitserse sennen
Berner
Grote Zwitser
Appenzeller
Entlebucher
Gastenboek
Email

Sitemap
Volg ons ook op
facebook

bernerpupbernerpupLOVEbernerpupbernerpup




lias kop
email

FCI
kmsh logo


bernerpupbernerpupMENUbernerpupbernerpup
Home
Welkom
Onze berners
Olien v.d Samaika
Kim
Padou v.d Samaika
Lanzo vom Flodderhei (dekreu)
Puppy info
Puppy foto's
Contact
Rasinfo
Opvoeding
Gezondheid Berner
Berner als trekhond
Kampioenen
Links
Zwitserse sennen
Berner
Grote Zwitser
Appenzeller
Entlebucher
Gastenboek
Email

Sitemap
Volg ons ook op
facebook

bernerpupbernerpupLOVEbernerpupbernerpup



FCI






kmsh logo
















bernerpupbernerpupMENUbernerpupbernerpup
Home
Welkom
Onze berners
Kea van Gemacrest
Kim
Lanzo vom Flodderhei (dekreu)
Kane van't Samaikanest (dekreu)

Puppy info
Puppy foto's
Dekreu Kane
Contact
Rasinfo
Opvoeding
Gezondheid Berner
Berner als trekhond
Kampioenen
Links
Zwitserse sennen
Berner
Grote Zwitser
Appenzeller
Entlebucher
Gastenboek
Email

Sitemap
Volg ons ook op
facebook

bernerpupbernerpupLOVEbernerpupbernerpup






bernertje







Beschrijving van de Berner sennenhond en de Zwitserse rasstandaard

De Berner - een vriendelijke gezinshond.

Als men spreekt over een sennenhond, bedoelt men meestal De berner sennenhond omdat hij veruit de populairste is van de vier soorten Sennenhonden, het is een echte huishond die zich onvoorwaardelijk aan zijn gezin hecht, de berner is ook zeer kindvriendelijk, de kinderen mogen dan ook uren met hem spelen en hem knuffelen.Hij is altijd graag dicht in uw omgeving, en altijd bereid om wat te leren. De berner sennenhond is ook een goede waker, maar zeker geen overmatige blaffer, als de baas hem gerust stelt dat alles in orde is zal hij direct zwijgen.

De Berner - de mooiste van de 4 sennenhonden.

De berner is de enige langharige van de vier soorten sennenhonden, met zijn mooie kleuren, glanzend zwart, met symetrische roodbruine en witte aftekeningen, zijn harmonische bouw en goedmoedige en vriendelijke uitdrukking is hij diegene die de mensen het meest aanspreekt. De reuen hebben een schouder hoogte van 64cm-70cm de teven van 58cm-66cm.
De vachtstructuur van de berner sennenhond is sluik of licht gegolfd, witte voeten of een witte puntstaart word enkel vermeld als gewenst, het is zeker geen prioriteit, sommigen staren er zich wel blind op, en vergeten dan dat het karakter en de bouw van de berner veel belangrijker zijn

De Berner -de uitmuntende showhond.

De berner sennenhond oogt altijd mooi, maar als showhond moet hij toch wel aan nogal wat eisen voldoen, de meest belangrijke zijn,
- Volledig en krachtig schaargebit, goed gepigmenteerde neus en lippen, bruine amandelvormige ogen.
- Hoofd met voldoende stop en middellange voorsnuit,(de voorkeur van de keurmeesters kan wel verschillen).
- Oren driehoekig, hoog aangezet, niet te groot en gesloten aanliggend.
- De voorhand, eerder breed, en van voor gezien recht en evenwijdig.
- De achterhand, van achter gezien recht, weinig naar binnen of naar buiten uitdraaiend, van opzij gezien goed gehoekt.
- De voeten, kort rond en de tenen goed gesloten.
- Een diepe voorborst, een vaste rechte rug, de staart zwevend tot rughoogte of licht erover gedragen.
- Het gangwerk, voor mooi uitgrijpend, en de achterhand met een goede stuwing.
- Zijn karakter moet zelfverzekerd en vriendelijk zijn tegenover vreemden.
- Indien jou berner sennenhond deze kwaliteiten bezit, raad ik je aan om toch eens aan een show mee te doen, en wie
  weet behaalt hij of zij een zeer goed of misschien wel een uitmuntend als resultaat.

De Berner - een Zwitserse boerderijhond.

In 1908 kreeg op voorstel van prof. Albert Heim de Dürrbächler (voorheen zo genoemd) zijn definitieve naam.BERNER SENNENHOND, en de Zwitsers veranderden ook de naam van de  club nl: de Berner Sennenhund Klub.
De belangstelling voor het ras nam in de loop van de twintiger jaren enorm toe, de berner werd zo populair dat er in de veertiger jaren nogal wat schuwe berners rondliepen, iets wat een hofhond zeker niet mag zijn, er werd uigekeken om deze eigenschap te verhelpen en het toeval hielp hier een handje mee, toen op zekere dag een Newfoundlanderreu uitbrak en een Berner sennenteef dekte. Het stamboek had geen bezwaar om deze pups in te schrijven. Niet iedereen was hiermee akkoord, maar de meeste fokkers zijn het er nu wel over eens dat deze toevalstreffer een zeer positieve invloed op het ras heeft gehad.
De huidige berner toont zeker wat van de goede karakter eigenschappen van de Newfoundlander.
De berner sennenhonden vanouds boerenhofhonden hadden geen echte specifieke taak, maar waren zowat voor alles bekwaam, zij verdedigden huis en hof, trokken melkkarretjes met melkbussen erop, zij hielpen de boer in de wei om de runderen en zelfs de schapen bijeen te drijven. Ik heb getracht in een korte ras en historiek beschrijving een duidelijk beeld te geven van dit fantastische ras. 

Nederlandse vertaling van de Zwitserse rasstandaard

Bewerking :           mevr. M.E. Tittel- Schilperoort
                             Dhr. M.J.M. Alferink
FCI-standaard nr.45 d.d.  12 maart 1993/D.

BERNER SENNENHOND   (Dürrbächler)

LAND VAN OORSPRONG:

Zwitserland.

Gebruik:

Oorspronkelijk waak-, drijf- en trekhond op boederijen, tegenwoordig ook familie- en veelzijdige werkhond.

FCI-classificatie:

Groep II, sektie 3. Zwitserse Sennenhond zonder werkcertificaat.

Kort historisch overzicht:

De Berner Sennenhond is een boerenhond van oude herkomst, die in het voor-Alpengebied en delen van het binnenland in de omgeving van Bern als waak-, trek- en drijfhond gehouden werd. Naar het gehucht en de herberg Dürrbach bij Riggisberg, waar deze langharige, driekleurige erfhond bijzonder veelvuldig voorkwam, kreeg hij zijn oorspronkelijke naam: Dürrbächler”. Nadat in 1902, 1904 en 1907 reeds zulke honden op hondententoonstellingen uitgebracht wearen, sloten in november 1907 enkele hondenfokkers uit Burgsdorf zich aaneen om het ras zuiver te gaan fokken. Zij stichtten de “Schweizerichen Dürrbachklub” en stelden raskenmerken op.

In 1910 werden op een hondententoonstelling in Burgdorf, waar veel boeren uit de omgeving, met hun Dürrbächler-honden naar toe kwamen, reeds 107 dieren geëxposeerd.
Van toen af aan verwierf het ras, in navolging van de andere Zwitserse Sennenhonden, voortaan “Berner Sennenhond” genoemd, snel vrienden in heel Zwitserland en spoedig ook in het naburige Duitsland.
Tegenwoordig is de Berner Sennenhond, dankzij zijn driekleurige aftekening en zijn aanpassingsvermogen wereldwijd als familiehond bekend en geliefd.

Algemene verschijning:

Langharige, driekleurige, meer dan middelgrote, krachtige en beweeglijke gebruikshond met stevige ledematen; harmonisch en evenredig.

Belangrijke lichaamsverhouding (formaat):

Verhouding tussen schofthoogte en lichaamslengte ca. 9 : 10; eerder gedrongen dan lang. 

kane sta

Karakter en gedrag (aard):

Zeker, opmerkzaam, waakzaam en onbevreesd in alledaagse situaties, goedmoedig en aanhankelijk in de omgang met vertrouwde personen, zelfverzekerd en vriendelijk tegenover vreemden; gemiddeld temperament, volgzaam.

Hoofd:

Krachtig; schedel zowel in zij- als in vooraanzicht gezzien zeer licht gewelfd; geprononceerde, doch niet te sterke stop, weinig ontwikkelde voorhoofdgroef; krachtige, middellange rechte snuit.

Neusspiegel: Zwart

Lippen: Weinig ontwikkeld en aansluitend, zwart.

Gebit: Volledig, krachtig schaargebit.

Ogen: Donkerbruin, amandelvormig, met goed aansluitende oogleden.

Oren (behang): Driehoekig, licht afgerond, hoog aangezet, middel groot, in rust vlak aanliggend.

Hals: Krachtig, gespierd, middellang.

Lichaam: Krachtig, compact.

Borst: Tot aan de elleboog reikend, breed, met duidelijke voorborst; borstkas van breed-ovale doorsnee.

Rug: Vast en recht.

Lendenpartij: Breed en krachtig.

Kruis: Vloeiend afgerond.

Buik: Niet opgetrokken.

Staart: Dichtbehaard, minstens tot het spronggewricht reikend, in rust hangend, in de beweging zwevend op rughoogte     gedragen, of licht daarboven.

Grootte: Reuen 64 – 70 cm schofthoogte, ideaal 66 – 68 cm;
               Teven 58 – 66 cm schofthoogte, ideaal 60 – 63 cm. 

FOUTEN:

Iedere afwijking van voornoemde punten moet als fout worden aangemerkt. De beoordeling daarvan moet in verhouding tot de ernst van de afwijking staan en er moet rekening mee gehouden worden in hoever aan wezenlijke zaken afbreuk wordt gedaan.

-licht botwerk;
-ondervoorbeet en bovenvoorbeet;
-het ontbreken van andere tanden dan ten hoogste tweemaal P1 (premolaren); de M3 blijven buiten beschouwing;
-entropion, extropion;
-zadelrug, overbouwd kruis, aflopende ruglijn;
-krulstaart, knikstaart;
-duidelijk kroeshaar;
-kleur- en aftekeningsfouten;
-ontbrekende witte hoofdaftekening;
-te brede bles en/of witte snuitaftekening, die duidelijk verder dan de mondhoeken reikt;
-grote witte nekvlek;
-witte halsring;
-wit aan de voorbenen, dat duidelijk tot boven het midden van de middenvoet reikt (laars);
-storend asymmetrische aftekening aan hoofd en borst;
-zwarte vlekken en strepen in het wit op de borst;
-onzuiver wit (sterke pigmentvlekken);
-bruine of rode vleug over de zwarte grondkleur.

Van beoordeling uitsluitende fouten:

-gespleten neus
-blauw oog (-glasoog/porcelein-oog), blauwe vlekjes in de iris (= Birkauge)
-kort- of kort stokhaar 
-het ontbreken van een driekleurenpatroon 
-anders dan zwartgekleurde mantel
N.B. Reuen moeten twee duidelijk normaal ontwikkelde testikels bezitten, die zich volledig in het scrotum bevinden

LEDEMATEN:
VOORHAND:
Algemeen: In stand tamelijk breed, van voren gezien recht en parallel.

Schouders: Lang, krachtig, schuingeplaatst, met de opperarm een niet te stompe hoek vormend, aanliggend en goed gespierd.

Voormiddenvoeten: Nagenoeg loodrecht in stand, sterk.

Voeten: Kort, rond en gesloten; tenen goed gewelfd.

ACHTERHAND:
Algemeen: In stand van achteren gezien recht, niet te nauw, achtermiddenvoeten en voeten naar binnen noch naar buiten gedraaid; wolfsklauwen moeten verwijderd zijn.

Dijbenen: Tamelijk lang, van opzij gezien met het onderbeen een duidelijke hoek vormend, breed, krachtig en goed gespierd.

Spronggewrichten: Krachtig en goed gehoekt.

GANGWERK:

Ruime, gelijkmatige bewegingsafloop in alle gangen; uitgrijpende, ruime pas voor en goede stuwing vanuit de achterhand; in draf, van voren en van achteren gezien, bewegen de ledematen in een rechte lijn.

BEHARING:
Vachtstructuur: Lang sluik of licht gegolfd.

Kleur van het haar:

Diepzwarte grondkleur met diepe, bruinrode brand aan de wangen, boven de ogen, aan alle vier de benen en op de borst en met witte aftekeningen als volgt:

-Zuivere, witte, symmetrische hoofdaftekening: de bles verbreedt zich naar de neus toe aan beide zijden tot een witte
     snuitaftekening. De bles mag niet tot aan de vlekken boven de ogen reiken en de witte snuitaftekening hoogstens tot aan de
     mondhoeken.
-Witte, matige brede, doorlopende hals- en borstaftekening.
-Gewenst : witte voeten, witte staartpunt.
-Toegestaan : kleine witte nekvlek en kleine witte aarsvlek.